Willie de zebra

Willie de zebra woont in de dierentuin en daar komen veel mensen en kinderen naar hem kijken omdat hij zo mooi gestreept is. Eerst woonde Willie in Afrika, daar wonen nog veel meer zebra’s. Maar Willie verhuisde met zijn vader en moeder naar de dierentuin en daar wordt heel goed voor de zebra s gezorgd. Maar toch is Willie niet blij in de dierentuin. Hij is een beetje jaloers op de andere dieren b.v. op de bruine beren en op de mooie witte ijsberen. Hij zag een Pauw met prachtige gekleurde veren en hij zag de vogels die weg konden vliegen naar andere landen of naar tuinen waar de mensen lekker vogelvoer hadden uitgestrooid. En ik heb alleen maar strepen op mijn lijf, zei hij, het is net of ik altijd in mijn pyjama loop. Willie probeerde altijd weg te kruipen als de mensen naar hem kwamen kijken, dan ging hij onder een boom staan. Maar in die boom woonde Johannes de duif, die vloog dikwijls naar het bos of naar de stad, maar ‘s avonds kwam hij altijd weer terug naar zijn nest in de boom en hij vertelde dan aan Willie waar hij was geweest en wat hij had gezien. Die duif zag dat Willie niet gelukkig was en dat vond hij wel jammer. Hij zei:”zebra’s kunnen niet vliegen, dus jij bent nog nooit in de stad geweest, in de stad is het heel druk er rijden auto’s fietsen en brommers en de mensen kunnen niet veilig de de straat oversteken. En weet je wat de mensen die de baas zijn in de stad gedaan hebben? Ze hebben op verschillende plaatsen in de stad zwart-witte strepen op de straat gezet en als de mensen veilig de straat willen oversteken dan lopen ze over die strepen de weg over en dan moeten de auto’s, fietsen en brommers wachten tot ze aan de overkant zijn. En weet je hoe ze die gestreepte plaatsen noemen? Dat noemen ze zebrapaden en alle mensen zijn daar heel blij mee. Dus Willie jij moet niet boos zijn of ontevreden maar je moet heel trots zijn op je gestreepte huid, want in heel de wereld kunnen de mensen nu veilig oversteken op jouw zebrapad.
Willie werd er heel blij van toen hij dat hoorde en hij was nu ook heel trots als de mensen naar hem kwamen kijken. En de duif was zijn beste vriend geworden!!

(2021)

Bengeltje

Er was eens een engeltje dat heel mooi kon zingen en toen het kindje Jezus geboren was in Bethlehem wilde ze natuurlijk ook mee met de andere engeltjes om voor het kindje te gaan zingen. De aartsengel Gabriel leerde hen allemaal heel mooie kerstliedjes zoals: Er is een kindeke geboren op aard, en nog veel meer.
Een engeltje mocht een mooi lied voor Maria zingen en een ander engeltje mocht een heel mooi kerstliedje op de fluit spelen. Maar het engeltje dat zo mooi kon zingen wilde geen kerstliedje zingen, zij wilde een leuk liedje zingen waar het kindje om moest lachen een liedje over kikkertjes. Toen werd de engel Gabriel heel boos. Als jij geen kerstliedje wil zingen mag je niet met ons mee. Jij bent geen engeltje maar een bengeltje. Je mag niet mee naar Bethlehem! Daar schrok het engeltje wel van want ze wilde natuurlijk graag mee om haar liedje voor het kindje te zingen. Toen de andere engeltjes met Gabriel weg gingen kwam er net een donkere wolk voorbij, het engeltje verstopte zich achter die wolk en ging toch stiekem mee naar Bethlehem. Maria en Jozef vonden het heel fijn dat er zoveel egeltjes kwamen zingen maar ze waren heel moe. Ze hadden een lange reis gemaakt van Nazareth naar Bethlehem en toen ze in een herberg wilden uitrusten was die herberg vol, er was geen plaats meer voor hen. Ze mochten niet binnen. Toen vonden ze een stal waar ze konden rusten en daar werd het kindje Jezus geboren. Maar toen de engeltjes zo mooi gingen zingen vielen ze in slaap. Jammer!! Toen kwam het bengeltje achter de wolk vandaan en zij begon haar liedje te zingen, zij zong: Wij kikkertjes zitten hier op ons gemak en zingen zo vrolijk ons liedje Kwak! Kwak! ……. Maar we hebben hier ook nog iets anders te doen, we geven het kindje straks voorzichtig een zoen! Kwak! Kwak! En toen werden Maria en Josef wakker en ze zwaaiden naar het bengeltje. Het kindje Jezus lachte en klapte vrolijk in zijn handjes. Het bengeltje mocht het Kindje een zoentje geven en toen ging ze met de andere engeltjes weer terug naar de hemel en de engel Gabriel was niet boos meer op haar Ze was geen bengeltje meer. Gelukkig!!

(2020)

De giraffe


Dit is Gerda de giraffe.
Zie je wat een vreselijke lange nek zij heeft, dat is niet alleen erg grappig maar heel handig. Zo kan ze blaadjes uit de boom eten. Het maakt niet uit hoe hoog de boom is. Gerda kan er altijd wel bij. Wat een olifant kan met zijn slurf kan Gerda met haar lange nek. Ze kan ook eerst goed kijken of ze er een blaadje wel goed vind uit zien. En daar is Gerda wel trots op.
Maar nu wordt het winter en het gaat vriezen en sneeuwen en de lange nek van Gerda wordt vreselijk koud. Ze is binnenkort jarig en ze wil graag een sjaal voor haar lange nek. Wie gaat die voor haar breien?

(2020, achterkleinkind -x jaar- is jarig)

Klara

Klara het kalfje dat wil op de fiets, want altijd maar grazen in de wei … dat vindt ze maar niets. Als ze de kinderen naar school ziet fietsen dan wil ze graag mee. Maar dan zegt haar moeder: “Nee Klaartje, nee, een kalfje kan niet op de fiets en past ook niet in de klas. Jij hoort in de wei en je eet lekker gras. Want als je veel gras eet dan kun je goed groeien en dan word je net zo groot als de andere koeien. Op school is geen wei en ook geen gras, niet op de speelplaats en ook niet in de klas.
En als het heel koud is buiten en het sneeuwt en het vriest dan moeten die kinderen toch naar school op de fiets!
Ze mogen niet in hun lekkere warme kamer blijven, ze moeten naar school om te leren lezen en schrijven.
En dan staan wij in de lekkere warme stal van de boer en we krijgen dan hooi en koeienvoer!
Lekker hoor!!”
Maar een kalfje past niet op de fiets! hè Max.

(2020, achterkleinkind -5 jaar- is jarig)

Pimpeltje

Pimpeltje is een klein vogeltje. Ze is heel erg moe, ze had heel ver gevlogen en nu moest ze naar haar nestje toe om uit te rusten. Ze zag Baloe de olifant en ze vroeg: “Mag ik met jou mee want ik ben zo moe?” Ja hoor, zei Baloe. “Kom maar op mijn slurf zitten, dan breng ik je naar je nestje toe!”.

“Dank je wel Baloe” zei Pimpeltje. “Nu ben jij mijn vriendje.”

(2020, achterkleinkind -2 jaar- is jarig)

Hanno de haas

Het was zondagmiddag en het was Pasen. Hanno hoorde de klokken luiden. Als hij even een kijkje kon nemen op de weg, dan zag hij veel mensen lopen.
Zij gingen naar de kerk. Ze hadden mooie kleren aan, ze waren op z’n Paasbest. Het was prachtig weer, de zon scheen. Het was heerlijk om buiten te lopen.
De weide was groen en vol met madeliefjes. Er waren al groene blaadjes aan de bomen. Hanno huppelde vrolijk door de wei. Hij ging op bezoek bij de kippen van boer Koos. Maar de kippen van boer Koos waren allemaal erg boos.
Ze wilden niet in het kippenhok. Ze wilden veel liever in de wei lopen net als Hanno. “Goede morgen kippen” zei Hanno, ik ben de Paashaas. Maar de kippen lachten hem uit en zeiden “Dat kan niet, Paashazen bestaan niet”. Er zijn alleen paaseieren en die leggen wij. Met Pasen eten de mensen allemaal paas-eieren. Soms komen er ook lieve kuikentjes uit onze eieren. Hazen kunnen geen eieren leggen en krijgen ook nooit kuikentjes. Dag Hanno, ga jij maar vlug naar je hazenvrouwtje in het bos, want zij zit daar helemaal alleen. Toen werd Hanno een beetje verdrietig. Hij ging maar vlug terug naar zijn nestje. Toen hij daar binnen kwam, was er een grote verrassing. Er waren zes lieve kleine hazen- kindertjes geboren. Hanno keek trots naar zijn kindertjes en zijn vrouwtje.
Hij maakte ‘n sprongetje van plezier. Ssst… zei zijn vrouw, ze slapen! Toen ging Hanno naar buiten om lekkere verse groene klaverblaadjes voor zijn vrouw te plukken. Het was een echt Paasfeest, niet alleen in het hazennestje, maar ook bij de kippen. Zij mochten nu ook buiten lopen van boer Koos. Toen Hanno kwam vertellen dat hij zes kleine hazenkindertjes gekregen had, kakelden de kippen van plezier. En het was Paasfeest in het hele land, want de mensen vierden dat Jezus was verrezen.
Hij was gestorven aan het kruis en in het graf gelegd.
Maar nu leeft Hij weer en begint zijn nieuwe leven.

(2020)

Vrede op aarde


Bijna overal op de wereld is onenigheid. Religieuze oorlogen in Syrië en Irak. Bloedige conflicten en veel slachtoffers in het Midden Oosten tussen Israëlieten en Palestijnen. Onrust in de Oekraine enz.

Er is een wereldbrand gaande die niet door kinderen is aangestoken maar waar de kinderen meestal wel de dupe van zijn.

Ook in Nederland. De intocht van Sinterklaas bijvoorbeeld, een feest voor kinderen, werd zodanig verstoord door demonstranten dat er een arrestatieteam aan te pas moest komen. Voor het oog van Sinterklaas en de kinderen moest de politie ingrijpen.

Jammer!

In Syrië moeten moeders en kinderen vluchten naar een ander land. De baby in een tas of in een kartonnen doos, Onderweg raakt het eten op, Kinderen lijden honger en kou, De baby ‘s overleven het vaak niet. En in een ander land zijn ze niet welkom, dus hebben ze geen huis of onderdak.

Meer dan 2000 jaar geleden werd Jezus geboren in Bethlehem in een stal, Zijn wieg was een kribbe.. Jezus kwam vrede brengen op aarde. En in de stal was er vrede en blijdschap en vooral veel liefde. Engelen zongen, Herders en koningen kwamen het Kindje aanbidden. Er was zelfs een zwarte koning bij en het Kindje was heel blij met zijn bezoek, zoals de kinderen in Nederland blij waren met zwarte Piet. Er hoefde geen politie uit Bethlehem te komen om de orde te handhaven.

Maar ook Jozef en Maria moesten na enige tijd vluchten uit Bethlehem naar Egypte omdat koning Herodus het Kindje wilde doden. De tocht van Bethlehem naar Egypte is lang en voert door de woestijn en hun enige vervoermiddel was een ezeltje !

Is er dan nu na 2000 jaar niets veranderd, hebben de wereldleiders, koningen, presidenten en de godsdiensten niets geleerd?

Maar met Kerstmis gaan de lichtjes aan.

Ook voor allen die regeren.

Na hun bezoek aan Jezus’s stal.

Zal het vrede worden overal,

Als zij het echt proberen !

Moge het zo zijn.

(2019)

De herders

In het veld dicht bij Bethlehem waar Jezus geboren is leefden de herders en zij hielden de wacht bij hun schaapjes. Ze moesten er goed op letten dat er geen wolf zou komen,die een schaapje wilde pakken om het op te eten, want wolven lusten graag schaapjes. De baas van de herders was een strenge man. Als er een schaapje weg was kregen ze straf dus iedere avond telden de herders hun schaapjes. De avond dat Jezus geboren is was het heel donker en koud, er was geen sterretje aan de hemel en de herders hadden een vuurtje gestookt om warm te worden want ze moesten buiten slapen.

In die koude donkere nacht werd Jezus geboren in een stal De engel had tegen Maria gezegd dat haar kindje later koning zou worden.

Maar koningen worden toch in een paleis geboren, niet in een stal! Hoe kwam dat? Toen Maria dacht dat haar kindje al spoedig geboren zou worden moest ze met Jozef op reis . Ze was veel liever thuis gebleven maar alle mensen moesten naar Bethlehem. Daar werden hun namen opgeschreven in een groot boek. Dat wilde de keizer zo en de keizer was de baas.

Er waren toen nog geen computers en telefoons, dus Maria en Jozef moesten te voet naar Bethlehem en ze woonden in Nazareth dat is een lange reis en er waren toen ook nog geen auto’s treinen of bussen. Ze hadden alleen een ezeltje,dus ze konden bijna niets mee nemen. Geen wiegje of warme dekentjes voor het kindje. Ze wilden in Bethlehem slapen maar alle hotels en herbergen waren vol en Maria was zo moe, ze waren al een paar dagen op reis. Ze konden toch niet buiten slapen! Maar gelukkig zijn er nog mensen die medelijden hebben. Ze mochten in een stal slapen.

En daar werd het kindje geboren. Die nacht werd het heel licht buiten, het leek wel of de zon ging schijnen .

En opeens stond er naast het vuurtje van de herders een engel. De herders schrokken heel erg, ze hadden nog nooit een engel gezien en ze dachten dat ze droomden. Maar de engel begon te spreken en zei ”wees maar niet bang, ik breng voor jullie en voor alle mensen goed nieuws. Jezus is geboren Hij is Gods zoon en als Hij groot is zal Hij koning worden. Hij ligt in een stal in doeken gewikkeld . Jullie mogen hem gaan bezoeken. De herders gingen op weg naar de stal en vonden Jozef en Maria en het kindje. Ze hadden wel medelijden met het kindje dat daar in een kribje lag zonder warme dekentjes. Maar herders zijn arme mensen, ze konden geen dekentjes gaan kopen.

Maar toen kwam een van de herders op een goed idee om een van de schaapjes te gaan scheren . Schapenwol is lekker warm , het schaapje liet zich gewillig scheren, hij was er trots op dat hij dat voor het Kindje Jezus mocht doen .

Maria legde de wol in het kribje tussen de doeken en ze was heel blij , het kindje lachte en viel meteen in slaap.

De herders gingen stil naar buiten en toen schrokken ze heel erg, want buiten stond hun strenge baas. Hij zei: jullie hebben een van mijn schapen geschoren en waar is het geld?

Ik wil dat geld hebben want dat is van mij.

Jullie zijn dieven !! Hebben jullie het geld in de stal verstopt? Gaat u maar mee naar binnen zeiden de herders dan kunt u zien wat we met de wol gedaan hebben.

De baas ging naar binnen en zag het kindje dat sliep tussen de warme schapenwol, en het kindje lachte tegen hem.

Toen lachte de baas ook tegen de herders en hij zei dat hebben jullie goed gedaan, zo’n klein kindje in de stal mag geen kou lijden.

De baas was niet boos meer en zeer tevreden gingen ze terug naar hun schaapjes.

(2018)

Gieter

Thuis gekomen haalde ik de boodschappen uit de auto en kwam toen tot de ontdekking dat ik mijn gieter op het parkeerterrein had achtergelaten. Ik bedacht me nog even maar reed toch terug, maar geen gieter en ook de vieze man was van de aardbodem verdwenen. Ik vroeg me wel af wat hij gedaan had toen hij zag dat ik zonder gieter was weggereden, maar ik legde me bij de situatie neer er zijn ergere dingen.
‘s-Avonds belde mijn dochter op zij moest wel lachen om mijn avontuur maar was toch ook bezorgd. Waren er geen mensen in de buurt om u te helpen toen die man u zo lastig viel vroeg zij. Och zei ik ,ik had geen hulp nodig, de man heeft geen vinger naar mij uitgestoken. Hij had eigenlijk hulp nodig dacht ik achteraf maar ik heb ook geen vinger naar hem uitgestoken.
Ik vergat het voorval en toen ik een paar dagen later langs een tuincentrum kwam met volop parkeerruimte kocht ik daar weer een gieter.
‘s-Zondags was het Moederdag en mijn dochter kwam op bezoek met een mooie bos bloemen en……een gieter. Ik vond het vervelend om tegen haar te zeggen dat ik er inmiddels al een gekocht had, dus nu had ik opeens twee gieters, och, wel gemakkelijk dacht ik een voor de voortuin en een voor de achtertuin.
Twee weken later kwam ik weer in de winkel waar ik mijn eerste gieter had gekocht, ik moest een cadeautje kopen voor een jarige vriendin.
He, mevrouw zij de verkoopster, u hebt hier pasgeleden toch een gieter gekocht? Ja zij ik verbaasd maar die heb ik per ongeluk op het parkeerterrein laten staan toen ik nogal gehaast wegreed. Dat klopt zei de juffrouw een man, een zwerver, heeft hem hier afgegeven hij zag dat u hem vergat, hij had u nog geroepen zei hij maar u reed weg.
Het was zo’n aardige mevrouw zei hij, ze heeft ook nog een pleister op mijn voet geplakt, kijk maar, ik had mijn voet bezeerd en zei had een EHBO doosje in haar auto. Ik was stom verbaasd en ik wist niet wat ik moest zeggen. Zo ziet u maar mevrouw wie goed doet, goed goed ontmoet. Ja, zei ik ook nog in mijn totale verwarring, waar woont die man? Dat weet ik niet mevrouw, het is een zwerver, maar neemt u die gieter maar mee, u heeft hem betaald, hij is van u. Toen zei ik ook nog heel hypocriet, maar ik heb het bonnetje niet meer. Dat hoeft niet mevrouw, u bent veel te eerlijk.
Ja tjonge jonge wat was ik toch eerlijk en wat was ik toch een aardige mevrouw. Ik had nu drie gieters maar ik heb me nog nooit zo rot gevoeld. Ik heb er alleen van geleerd dat je niet te vlug over iemand moet oordelen, want zelfs een getatoeëerde zwerver kan eerlijk zijn.

De middenberm


Als u in de auto op de snelweg rijdt of meerijdt, kijkt u dan wel eens naar de middenberm? Een smal stukje grond tussen de vangrails, er groeit bijna niets, wat grassprietjes, brandnetels en soms een paardenbloem. Je krijgt medelijden met de middenberm. Dag en nacht rijden er auto’s met grote snelheid voorbij. Er is geen leven mogelijk, dieren kunnen er niet komen, vogels kunnen er niet nestelen en een konijntje dat uit het bos wil oversteken wordt dood gereden.
Maar aan beide kanten van de snelweg ziet het er anders uit. Daar groeit het gras welig in weilanden met madeliefjes en schaapjes of koeien. Er groeien in de zomer mais, tarwe en andere gewassen die goed worden verzorgd, besproeid en bemest. Er staan boerderijen of mooie huizen, er zijn bossen en rivieren ….. kortom, er is meestal een aantrekkelijk landschap waar je van kan genieten, zelfs in de winter als er sneeuw ligt. (maar je moet wel op het verkeer letten!)

Dat is het beeld van de wereld van vandaag. Er zijn landen en steden waar het goed is om te leven, waar vrede is en voldoende eten voor iedereen. Waar mensen respect hebben voor elkaar, waar kinderen naar school kunnen en met elkaar kunnen spelen, waar conflicten worden opgelost door met elkaar te praten en niet door oorlog.

Maar er is ook een andere wereld zoals in de middenberm tussen de vangrails, waar bijna geen leven mogelijk is. Door oorlogsgeweld is er dag en nacht mitrailleurvuur en zijn er bombardementen. Mensen zijn dakloos en vluchten weg, ze worden niet dood gereden op de snelweg maar verdrinken als ze in gammele bootjes de zee moeten oversteken.

Het kan wel eens gebeuren dat er in de middenberm tussen de vangrails toch een mooie bloem staat een klaproos of een margriet, die is daar waarschijnlijk door de wind heen geblazen en daar fleurt die middenberm dan een beetje van op.

Mensen kunnen ook helpen om de troosteloze toestand in de echte wereld te verbeteren. Het Rode Kruis bijvoorbeeld, Artsen zonder Grenzen, enzovoort ….

Aan de echte middenberm zoals wij die kennen tussen de vangrails kunnen wij niets doen. Dat is -denk ik- werk voor Rijkswaterstaat. Maar wij kunnen wél vanuit de plaats waarin wij leven meehelpen om de mensen die gevlucht zijn een beter leven te geven. Wij kunnen ze iets geven wat in de middenberm ontbreekt: Menselijkheid.

We kunnen ze in ons midden opnemen, in ons land, in ons dorp, in onze wijk, zodat ze zich hier thuis voelen en een beter bestaan kunnen opbouwen. Het goede kan overwinnen als we elkaar helpen. Zelfs in de middenberm !!!!!!